Get Adobe Flash playerTanterika.nl maakt gebruik van de Flash Plug-in versie 10 of hoger.

Klik op het FlashPlayer logo om deze gratis plug-in te downloaden.



Weblog

2015-06-28 17:34:22


Welkom in het archief van

Tante Rika / Terug in Brabant.

Dit is de bewaarplaats van

125 blogs uit de periode 2010-2015.



2015-04-25 17:08:56

TER GEDACHTENIS AAN

Misschien is het bidprentje van Gerdina van Nieuwkuijk

(1942-1952) wel het startpunt geweest van mijn onderzoek naar emigranten uit Brazilië. Het is afkomstig uit de nalatenschap van haar moeder, Rika van Nieuwkuijk-Wiegerinck. Aanvankelijk riep het dubbelzijdig bedrukte kaartje met foto en tekst veel vragen bij me op. Hoewel nu, vijf jaren later, een aantal ervan beantwoord is, blijft dit prentje me uitdagen tot het stellen van nieuwe vragen. Hoe gaan (teruggekomen) emigranten om met hun verleden? Welke herinneringen bewaren zij aan de naoorlogse emigratiegeschiedenis? Welke betekenisen kennen

zij daar aan toe en waarin komen die tot uitdrukking?

Aanwijzingen vind ik bij (kinderen van) emigranten die hun herinneringen in fotoboeken en levensverhalen vastleggen

voor het nageslacht. Wat me daarnaast vooral intrigeert,

zijn de persoonlijke teksten op prentjes van overledenen.

In gesprekken met ouderen valt me op dat ze, al pratende

over het verleden, niet alleen foto"s maar vaak ook gedachtenisprentjes tevoorschijn halen. Om uiteenlopende redenen vormen deze privécollecties van doodsprentjes een interessante bron voor onderzoek. Is hier sprake van een herinneringsgemeenschap?

Inmiddels heb ik een aantal prentjes verzameld van emigranten waaronder dat van mijn oudtante Rika. Evenzo bewaar ik het prentje van Anneke van Dooren uit Knegsel, bij wie Rika en haar man Kees onderdak vonden toen zij in 1965 terugkeerden uit Brazilië. Die gebeurtenis wordt namelijk ook vermeld in het prentje van Anneke. Weer een ander is dat van retour-

emigrant Jan van Houts (1930-2011). Jan werd in de zomer van 2010 door mij bij hem thuis in Deurne geïnterviewd. Bijna

twee jaar later, in februari 2012, volgde opnieuw een bezoek.

In zijn stoel zat die middag zijn weduwe Miet. Bij het weggaan stopte ze een prentje in mijn hand: "als herinnering aan Jan". Op de eetkamertafel lag er nog een, dat van Jet Spreeuwenberg-Hubers uit Oploo. Ook Jet behoorde tot de groep teruggekomen emigranten. Ze was de week ervoor overleden in de leeftijd

van 93 jaar. Miet: "Dat blijft trekken uit Brasil, hè. We zijn net een familie en bij begrafenissen zien we elkaar altijd weer terug."

Prentje: Ter gedachtenis aan Henrica Maria Johanna Wiegerinck



2014-12-24 11:47:12

FAMILIE HEUVELMANS-DUIS (2)

(vervolg op weblog nr. 123)

Mieke: "Toen de moeilijkheden op de fazenda begonnen, zijn mijn ouders vertrokken naar de stad Castro in de staat Paraná. Hier heeft mijn vader een meubelfabriek gehad, eerst samen met Nico Berger, totdat deze naar Não-Me-Toque vertrok. In Castro hebben we gewoond van 1953 tot 1960. In die jaren heb ik er nog drie zussen bij gekregen: Helena, Yvonne en Carolina.

Op de eerste foto - gemaakt op Holambra - staat links mevrouw Doevendans en de dame die Harry bij de doop draagt, is zijn peettante. Ik weet alleen niet zeker of zij familie van jou is. Er staan ook twee kinderen van Doevendans op, namelijk Adri en Germia.* En verder staan op de foto mijn zussen Gerry (rechts van de peettante) en Janny (tweede van rechts), en pai, dat is mijn vader (staat achter Gerry). Wij noemden onze ouders pai en mai, ook hier in Nederland.

Op de tweede foto zie je van links naar rechts Gerry, Ton, Harry, mai en Mieke. Mijn oudste zus heeft de tijd op Holambra beter in haar geheugen dan ik. Ik was nog te jong.

Mijn ouders met 10 kinderen zijn in Nederland teruggekomen in augustus 1960 en we zijn in Hapert gaan wonen. De meesten van ons wonen in Brabant, zelf woon ik in Tilburg."

Bronnen:

* C.J. Doevendans emigreerde in 1949 met zijn vrouw en twee kinderen vanuit Haaren (Smits, 1990, 191). Ze zaten op dezelfde boot als het gezin Heuvelmans (Wijnen, 1998, 193).

Mieke Heuvelmans-Peters, e-mails en telefoongesprek, december 2014.



2014-12-19 21:52:47

FAMILIE HEUVELMANS-DUIS (1)

Wie herinnert zich een reünie van teruggekomen emigranten uit Brazilië, ergens in de jaren zestig, in het Brabantse dorp Nieuwkuijk? Volgens Mieke Peters-Heuvelmans was daar ook iemand van de familie Van Roovert aanwezig.

Wie is Mieke Peters-Heuvelmans?

Mieke Peters-Heuvelmans (Bladel, 1948) is op 11 juli 1949 een van de jongste passagiers op het emigrantenschip De Algenib met bestemming Brazilië. Onlangs stuurde zij mij, op zoek

naar informatie, de volgende (hier ingekorte) mail:

"Ik ben een dochter van Toon Heuvelmans en Gerarda Duis en in het bezit van een film uit 1953 die gaat over de beginperiode van Holambra I. Mijn vader was daar de meubelmaker. Mijn ouders kwamen uit Bladel, Noord-Brabant, en zijn in 1949 met vijf kinderen naar Brazilië geëmigreerd. Ik was nog een baby en de jongste in het gezin. Op Holambra zijn mijn broers Antonio (Ton) en Henrique (Harry) geboren."

Intussen zijn we een paar mails en een telefoongesprek verder en kom ik graag tegemoet aan het verzoek van Mieke om hier enkele foto"s uit de collectie van de familie te plaatsen.

De eerste foto is in 1952 op Holambra gemaakt door vader Heuvelmans en was bestemd voor oma Duis in Bladel:

HARTELIJK

GEFELICITEERD

OP UW

74

VERJAARDAG

uw kleinkinderen

in

Brazilië

V.l.n.r. Gerry met Harry op schoot, Peter en Janny. Vooraan zitten Arno, Mieke en Ton.

Op de tweede foto de inscheping op de boot naar Brazilië in 1949. In het midden zit mai met Mieke op schoot.

Wordt vervolgd.



2014-07-13 11:39:56

0-3

Brazilië-Nederland bij het WK voetbal, zat u voor de tv?

Ik wel. Zoveel m2 voetbalgras met daarop 2 x 11 spelers en

een falende scheidsrechter vormden een mooi studieveld

om menselijk gedrag te bestuderen. En voor wie verder wilde kijken, waren er nog personen in de rol van grensrechter, coach, reserve, steward en uiteraard toeschouwer/supporter.

Samenwerken, sterke kanten benutten, zwakke plekken onderkennen, doelgericht zijn, nooit opgeven, diplomatie

tonen (met name tegenover de pers), hardop durven dromen van dé overwinning, kunnen omgaan met tegenslagen en frustraties, verantwoordelijkheid nemen en doorzetten, om uiteindelijk met gemengde gevoelens van trots en teleurstelling het veld verlaten. Het zijn deze positieve eigenschappen die ik de afgelopen vier weken waarnam, binnen de context van politieke, financiële en nationale belangen en minder fraaie zaken die bij een wereldkampioenschap spelen.

Wat doet voetbal met mensen? En hoe blij moet je als nationaal elftal zijn met een troostfinale? Is een derde plaats iets om over naar huis te schrijven, te juichen?

Om de wedstrijd van gisteravond in een woord samen te vatten, ik vond het bizar. Ik verbaasde me over het doen en laten van de scheidsrechter en over het totale gebrek aan eenheid binnen de Braziliaanse ploeg, waardoor het Nederlandse team met meer gemak dan de afgelopen twee wedstrijden (terecht?) weer kon scoren.

Een vreemde gewaarwording was het ook, omdat ik bij het vorige WK, kort na de lancering van deze website, nog niet vermoedde dat vier jaren later Brasil-Nederland in een troostfinale zou eindigen, en dat ik deze keer voor de tv zou zitten in gezelschap van onze logé Luís Möllmann, een ver familielid uit Porto Alegre, die gisterochtend zijn eerste landing in Nederland maakte.

Bizar, ik ben verbaasd over mezelf. Nooit eerder heb ik me in mijn werk zo laten inspireren door de sportieve karakters uit een oranje team. Jammer dat het voor Nederland voorbij is. Maar ik kan hier wel wat mee bij de voortzetting van mijn onderzoek ...

Foto: Renate en Luís na de troostfinale BRA-NED.



2014-04-26 09:01:18

In de rubriek NEDERLAND-BRAZILIË vraagt Renate Stapelbroek

aan nakomelingen van Nederlandse emigranten uit Não-Me-Toque:

Wat doet (of deed) u in Brazilië en wat doet Brazilië met u?

Peter Johannes (Sjang) Rietjens (82)

Geboren : Hunsel, Limburg, 26 april 1932

Ouders : Bert Rietjens en Maria Hendriks

Plaats in gezin : tweede in gezin van twaalf kinderen

Geëmigreerd : 1949

Burgerlijke status : weduwnaar / hertrouwd, 5 kinderen,

12 kleinkinderen, 12 achterkleinkinderen

Beroep : gepensioneerd sojaboer

Woonplaats : Não-Me-Toque, Rio Grande do Sul

"Om te kunnen blijven,

moet ik Braziliaan zijn."

Uw verjaardag valt samen met de eerste Koningsdag.

"Daar weet ik niks van."

1. Waar bent u naar school geweest?

"In Hunsel, een boerendorpje in Limburg. Ik weet nog goed den eersten dag. Mijn vader had een fietsje gekocht, ik reed het erf af en zo tegen den buurman an. Toen er bij ons meer naar school moesten, gingen we te voet, want allemaal ene fiets zat er niet an. Als ge dan thuiskwam en de ouwelui waren er niet, lag er een briefje klaar met het werk dat gedaan moest worden. Vanaf dat ik 10 jaar was, deed ik meehelpen melken, vee voeren, de stal schoonmaken, alles.

Mijn vader boerde met twee paarden op 15 hectare. Hij is in Hunsel geboren, getrouwd en gebleven, tot hij met den helen pruttel naar Holambra geëmigreerd is. Hij zei zo: "Dan maak

ik mijn kinderen allemaal boer." We waren met twaalf, drie zijn er jong gestorven. Ergens anders an den arbeid gaan mocht niet, want dan deed je je mengen met ander volk. Ge was van boerenafkomst, hè. Dat moest zo blijven."

2. Waar hebt u vervolgens gewoond en gewerkt?

"We zijn vertrokken in december 1949. Onderweg kwamen we de eerste negermensen tegen en heimatlose mensen, vluchtelingen uit Duitsland. Ge kon er niet mee praten. Het was allemaal vreemd. We kenden Rietjens uit Heythuysen, dat was familie, die zaten ook op den boot. Toen we op Holambra aankwamen, hebben ze mij direct op den trekker gezet. Maar het was al snel duidelijk dat het daar niet goed ging.

Op een gegeven moment wilden er Hollanders weg. Philipsen en Van Nieuwkuijk onder anderen zijn in "52 vertrokken. Dat kwam door doctor Van den Besselaar, die heeft daar ook gewoond.

Hij had een kennis, een bankdirecteur in São Paulo, met een fazenda in Mococa. Daar konden ze ons Hollanders wel gebruiken. Ik ben als laatste gekomen en als eerste weggegaan, zeg maar begin 1953 tot eind 1954. Het was een springplank,

om wat te verdienen. Begin "55 ben ik met mijn vrouw en onze Janny - die is in Mococa geboren - naar Não-Me-Toque gekomen. Mijn vader en nog meer van Holambra waren al hier.

Eerst kon ik een huis huren tussen allemaal Braziliaanse buurlui. Ik ben begonnen werken bij Augustin, dat is nu een grote tractorenzaak. Na zes maanden heb ik grond gehuurd

en ben ik zelf begonnen met boeren. In november 1959 heb ik

mijn eerste sojabonen geplant, tien hectare. Ik denk dat ik misschien wel de eerste was in Não-Me-Toque. Ik had ze aangeboden gekregen, om uit te proberen. Terwijl de tarwe en aardappelen mislukten, maakten die sojabonen evengoed droogte én regen mee, en nóg brachten ze goed op. Het jaar erop deed ik 40 hectare zaaien. Frits Vorselen bood me zijn huis te koop aan, een heel oud huis. Ik kon het niet in ene keer betalen, maar dat hoefde ook niet.

In 1974 heb ik dan grond gekocht in Mato Grosso, zo"n kleine 2.000 kilometer hier vandaan. Toen was het allemaal nog hout, vandaag de dag zijn het eindeloze vlakten landbouw. We hebben nu een half miljoen zakken aan opslagcapaciteit. De opbrengst ligt veel aan de boer en verder is het speculeren. Dat is een internationale markt, hè. En neem me niet kwalijk dat ik dat zelf zeg, maar ik heb altijd één heel goede eigenschap gehad: zakelijk zijn. Onze jongens kunnen dat gelukkig ook allemaal. En ik ben wel met pensioen, maar het laatste woord is nog van mij.

3. Met welke taal bent u thuis opgegroeid?

"Onze Rudi zei eens: "Pai, tu falou, mais eu não entendia nada. Pa, ge praat wel, maar ik begrijp er niks van." In het begin praatten onze kinderen enkel Nederlands, maar toen ze naar school begonnen te gaan, veranderde dat. Hee, wat moet

je dan doen? Dan ga je mee overschakelen op het Portugees."

4. Bent u Nederlander of Braziliaan?

""Brasileiro naturalizado, nascido na Holanda", staat er op mijn bilhete de identidade: "Genaturaliseerd tot Braziliaan, geboren in Nederland". Ik ben Braziliaan geworden, omdat ik anders geen grond kan bezitten. Ik zou niet weten waarom ik het anders gedaan zou hebben. Ik beschouw mezelf als Nederlander, maar ik woon hier en om te kunnen blijven,

moet ik Braziliaan zijn."

5. Hoe vaak komt u in Nederland?

Als ge kinderen hebt en ge ziet geen toekomst ... eind jaren vijftig heb ik er eens wel over gedacht terug te gaan naar Nederland. Maar mijn vrouw wilde niet van haar familie weg en dan moet je blijven, hè. Mijn ouders zijn in "64 teruggegaan. Dat moesten ze wel, wilden ze kunnen profiteren van de AOW. Een paar jaren erna is de wet veranderd. In "69 ben ik ze

gaan opzoeken in Hunsel. Mijn vader vroeg of ze moesten blijven. Behalve Toos, den oudste, zaten al hun kinderen in Brasil. "Dat moet je nou zelf beslissen", zei ik. Toen zijn

ze teruggekomen naar Não-Me-Toque. Die vrienden van vroeger,

hun ideeën en de mijne, daar paste toen ik daar in Limburg

was niks meer van.

In 1993 ben ik weer familie en bekenden af geweest. Achteraf dacht ik, ge hebt mooi gepraat, maar in Nederland is voor mij niks. Sinds een paar jaren heb ik een beetje correspondentie met ene Wim Dekkers. Dat kwam, ik wou hier in huis foto"s hebben van de streek daarginds. Via mijn zuster Toos ben ik toen met hem in contact gekomen. Hij heeft vroeger met mij naar school gegaan, maar naderhand heb ik hem nooit meer gezien. Over de telefoon kwam ik erachter dat zijn vrouw van moederskant ook ene Rietjens is. Zodoende wordt ge meteen een beetje familie, hè.

Och, het was misschien wel aardig om nog ene keer te gaan kijken waar we vroeger gewoond hebben, voor een paar dagen dan. Maar of ge er beter van wordt?

6. Nederland-Brazilië bij het WK voetbal, zit u voor de tv?

"Jawel. Ze komen naar Porto Alegre, hè. Maar op televisie

is het veel mooier om te volgen."

*

"Luister Renate, om nog éne keer terug te komen op Holambra, dacht je dat mijn vader niet teleurgesteld was toen hij daar aankwam? Er werd alleen nooit veel over gepraat. We moesten doorzetten. En dat was met alle emigranten zo. Weggaan is niet altijd een oplossing, maar voor sommigen was er geen andere uitweg. Als ik dan terugdenk aan waar ik vandaan kom en hoe

ik gevaren ben ... ik zou willen dat mijn vader nog éne keer kon komen kijken."

Bron: Interview opgenomen op 1 januari 2014 te Não-Me-Toque.

Foto voorzijde: Sjang Rietjens (links) met zoon Rudi en zwager

Piet Vergouwen (boven) bij zijn fazenda in Mato Grosso, omstreeks 1999. (Collectie Sjang Rietjens)

Foto achterzijde: Family Search Brazil Immigration Cards 1900-1965



2014-04-25 08:17:55

REFLECTIES

Wat wil ik (niet) publiceren? En in welk genre?

Na mijn bezoek aan Brasil, intussen vier maanden geleden, begon ik met het uitwerken van de interviews. Monnikenwerk,

in de goede zin van het woord, een klus die me ook nu nog uren- en soms dagenlang aan het bureau kluistert. Af en toe noem ik het liefdewerk oud papier. Ter afwisseling sta ik voor de klas en dat bevalt goed. Beter gezegd, de combi lesgeven aan de HAN én zelfstandig onderzoek verrichten, ervaar ik vooral als een positieve wisselwerking.

En nu ligt er een aantal transcripties van de interviews klaar waarin ik, als ik ze opnieuw lees, zoveel betekenislagen ontdek, ook tussen opeenvolgende generaties. Het duiden ervan is een oefening apart. Er een publicatie van maken is een ander verhaal. Soms mis ik een goede eindredacteur achter de deur, zoals bij het artikel voor de Vughtse Historische Reeks. Vaker is het mijn schroom om dat wat de verteller en/of zijn omgeving als privé of publiek geheim beschouwt, openbaar te maken. Ik vind het lastig, net als met de brieven en andere egodocumenten in mijn collectie, zelfs al heb ik toestemming op papier.

Misschien heb ik nog niet de goede vorm gekozen waarin ik wil doorgaan met publiceren. Maar dat mijn hart dichter bij de wetenschap ligt dan ooit, is me intussen wel duidelijk. Hoe dat zo komt? Het zijn onder meer de leergierige studenten aan de HAN die ik onderzoeksvaardig maak. Verder herlas ik afgelopen week het boekje Essays schrijven van Louis Stiller. Daarin brengt hij onder meer onderscheid aan tussen literaire en wetenschappelijke essays.

"In zijn meest zuivere vorm is een essay een persoonlijke bespiegeling die de lezer uitdaagt om mee te denken [...]." Vaak begint het, aldus Stiller, met een gevoel, vanwaar uit

je al onderzoekende en schrijvende patronen probeert te ontdekken, om uiteindelijk tot een idee te komen. Als je bijvoorbeeld de werking van een bepaalde foto wilt onderzoeken, begin je met goed kijken en associëren.

Wat zie je concreet en wat roept de foto op? Zijn het herinneringen?

Deze manier van onderzoek brengt me bij de dissertatie die ik momenteel aan het lezen ben; Papers with Memory. An Ethnology of the Prentbriefkaart. Daarin wordt de lezer, de kijker uitgenodigd om vanuit het narratieve perspectief te reflecteren op het fenomeen (fotografische) prentbriefkaart. Met andere woorden: Welke mensen en verhalen gaan er schuil achter de foto op een prentbriefkaart?

Behalve dat dit proefschrift me in staat stelt parallellen te trekken naar de foto"s en verhalen in mijn eigen onderzoek, ben ik onder de indruk van de wijze waarop de auteur aanwezig is in de tekst. Mariel Peñaloza Moreno heeft niet de behoefte de schijn van objectiviteit hoog te houden. Integendeel, ze is ervan overtuigd dat haar proefschrift het resultaat is van dat wat haar als persoon kenmerkt. De subjectieve houding die zij als wetenschappelijk onderzoeker aan de dag legt, onderscheidt haar studie van de "omgevallen boekenkast" zoals Schiller veel andere wetenschappelijke teksten typeert. Mijn voorlopige conclusie is dat Papers with Memory op z"n minst de liefde voor het vak weer in mij heeft aangewakkerd.

*

Morgen volgt een aflevering in de rubriek NEDERLAND-BRAZILIË.

Bronnen:

Mariel Peñaloza Moreno, Papers with Memory. An Ethnology of the Prentbriefkaart (2006). Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA) (11 april 2014)

Louis Stiller, Essays schrijven, van columns tot persoonlijke essays (Amterdam 2007) 48, 58, 109 en flaptekst.

Foto: Gerda van Nieuwkuijk, Knegsel 20 december 1942 - Mococa 25 april 1952. (Collectie Renate Stapelbroek)



2014-01-06 15:50:58

WIE IS WAAR IN BRAZILIË? (slot)

Willy en Betsie van Lieshout-Sleutjes, thuis in Não-Me-Toque, 3 januari 2014.

Boerenzoon Willy van Lieshout (Heeswijk, 1937) emigreerde in 1958 als vrijgezel naar de Nederlandse landbouwkolonie Holambra in Brazilië. Daar leerde hij zijn toekomstige vrouw Betsie Sleutjes kennen. Na hun huwelijk in 1961 vestigde het echtpaar zich in de migrantennederzetting Não-Me-Toque, ruim 1.100 km ten zuiden van Holambra.

Om landbouwgrond te kunnen kopen heeft Willy begin jaren "70 zijn Nederlandse paspoort ingeleverd in ruil voor de Braziliaanse nationaliteit.

Als ik tijdens het interview aan Willy vraag waarom hij zich, samen met leeftijdgenoten, blijft inzetten voor de Assoçiação Holandesa (Hollandse Vereniging) in Não-Me-Toque, antwoordt hij: "Wij moeten laten zien dat we hier geweest zijn".

*

De terugreis is begonnen. Sinds gisteravond ben ik weer in de havenstad Porto Alegre. Vanavond vlieg ik naar Nederland. In de koffer zitten ruim 20 uren interviewopnamen, tientallen digitale foto"s, tig bladzijden met aantekeningen, souvenirs, en zomerkleren die na vandaag helaas terug de kast in kunnen. Maar wat ik vooral meeneem, is een schat aan herinneringen die ik samen met het verzamelde onderzoeksmateriaal hoop om te zetten in een nieuwe publicatie.

Vanaf deze plek wil ik iedereen nogmaals heel hartelijk bedanken voor de enorme gastvrijheid waarvan ik de afgelopen twee weken hier in Brasil heb mogen genieten. MUITO OBRIGADA

e bem-vindo à Holanda!

Achterzijde foto: Monumento doada pela Assoçiação Holandesa para a communidade de Não-Me-Toque, 18-11-2011 (Monument geschonken door de Hollandse Vereniging aan de gemeenschap van Não-Me-Toque.) De beelden staan aan het begin van de bebouwde kom. De Braziliaanse kunstenaar heeft zich laten inspireren door de "contente mens" uit Brabant.



2014-01-02 03:22:20

WIE IS WAAR IN BRAZILIË? (6)

Adrie Wolfs en Hennie Frenken (rechts) op fazenda Tropeiro Camponez, 31 december 2013. Beiden zijn op dit moment los

van elkaar op familiebezoek en vakantie in Brazilië.

Adrie Wolfs (Ibirubá, 1957) is het vierde kind van Piet Wolfs en Anna Stapelbroek en woonde tot zijn zesde in Brazilië. In 1965 verhuisde hij samen met zijn moeder, drie broers en twee zussen vanuit Não-Me-Toque naar Moergestel in Noord-Brabant.

Hennie Frenken (Sterksel, 1944) is de tweede uit een gezin

van dertien kinderen en woonde van 1947 tot september 1965

in Brazilië, te weten in Bananal, Holambra en Não-Me-Toque.

In haar tienerjaren was ze dienstmeid bij Nederlandse gezinnen in de omgeving, zo ook bij Piet en Anna Wolfs.

Voordat we elkaar hier op oudejaarsdag spraken, had ik Hennie al meerdere malen ontmoet in haar woonplaats Someren in Brabant. Net als in Nederland grijpt ze in Brazilië iedere gelegenheid aan om haar jeugdherinneringen met anderen te delen. Hoewel ze er niet meer voorgoed zou willen wonen,

lijkt ze hier helemaal op haar plek. En ik herinner me

haar woorden uit een ander gesprek: "Toen had je alleen maar tijd om schoon te maken, nu heb ik tijd om te praten."



2013-12-31 04:27:25

WIE IS WAAR IN BRAZILIË? (5)

Zondag 29 december was ik te gast op de granja van Berry Rietjens in Chapada, ongeveer 65 kilometer ten noorden van Não-Me-Toque (zie foto"s hiernaast). Vandaag, oudejaarsdag 2013, ga ik hem interviewen.

De tijd vliegt. Ontmoetingen met mensen uit verschillende families, van de tweede tot de vierde generatie. Iedere dag kom ik ogen en oren te kort om alles vast te leggen en ieder gesprek zet me na afloop weer aan het denken. Het voelt alsof ik in een roman ben gestapt waarvan ik de afloop nog niet ken. En waarbij ik nog altijd geen duidelijk antwoord heb op de vraag wat mij precies drijft in dit onderzoek.

"Wie zijn verleden niet kent, heeft geen toekomst"

(bron onbekend). Oud & nieuw horen bij elkaar,

2013 is bijna verleden tijd, 2014 staat voor de deur.

Ik wens iedereen een ...

Feliz Ano-Novo

Gelukkig Nieuwjaar

Renate



2013-12-30 02:45:03

WIE IS WAAR IN BRAZILIË? (4)

Teodora Souilljee Lütkemeyer (tweede van links) met haar man Benno Lütkemeyer, zus Jacqueline en oom Harrie Stapelbroek (rechts) op de veranda bij de granja (boerderij) van haar zus, in de buurt van Ernestina, circa 50 kilometer buiten

Não-Me-Toque.

Teodora (Não-Me-Toque, 1964) behoort tot de derde generatie Nederlandse immigranten en is loco-burgemeester van Não-Me-Toque. Bij mijn eerste bezoek aan Brazilie in 1987 gaf zij leiding aan een Nederlandse volksdansgroep voor de lokale jeugd. Tegenwoordig komt de groep nog zelden bijeen.

Naast vele nevenwerkzaamheden in haar woonplaats Não-Me-Toque probeert Teodora regelmatig samen met haar gezin tijd door te brengen op de eigen naburige granja, omgeven door mais- en sojavelden.



2013-12-28 02:02:37

WIE IS WAAR IN BRAZILIË? (3)

Patrik Normey Rietjens (Porto Alegre, 1988) in de tuin

bij het huis van zijn opa Sjang Rietjens in Não-Me-Toque,

26 december 2013.

Patrik woont in Porto Alegre en is de zoon van Marlene Rietjens en Juan Normey Almeida. Zijn vader emigreerde

in de jaren "80 vanuit Uruguay naar Brazilie.

*

Een trage internetverbinding, weblogteksten die (deels) wegvallen en data die verspringen. Dit had ik me toch iets anders voorgesteld. Intussen voel ik een enorme tijdsdruk

om alle indrukken vast te leggen. Voor mij als antropologe

en ver familielid is het een onvergetelijke belevenis om het dagelijkse leven in het huishouden van Sjang en Trees Rietjens-Stapelbroek mee te mogen maken. Tussen de gesprekken door met de vele familieleden - op de veranda, in de woonkamer, aan de keukentafel en in het zwembad - heb ik eergisteren als eerste Patrik (in het Engels) geïnterviewd. Nummer twee was gisteren zijn moeder. De opnamen ga ik gebruiken voor onder meer de rubriek Nederland-Brazilië waarvan ik een beperkt aantal hier op de website wil publiceren.

Wordt vervolgd (als de techniek meewerkt).



2013-12-25 12:46:26

WIE IS WAAR IN BRAZILIË? (2)

Agnes Möllmann-Stapelbroek in haar keuken in Porto Alegre, samen met haar dochter Beti Haase-Möllmann (rechts),

23 december 2013.

Agnes (Beltrum, 1939) was een maand oud toen ze met haar ouders, grootvader, broers en zussen van Gelderland naar Diessen in Noord-Brabant verhuisde. Vanaf 1949 woonde ze achtereenvolgens in Holambra, Não-Me-Toque, Taquari,

Carazinho en Não-Me-Toque. Sinds november 2012 is ze inwoner van Porto Alegre, de stad waar vier van haar zes dochters wonen.

Dochter Beti (Taquari, 1966) groeide op in Taquari en Carazinho en studeerde scheikunde in Porto Alegre en Duitsland. Vervolgens verhuisde ze naar Finland, Bulgarije

en opnieuw naar Duitsland. Na een verblijf van 21 jaar in Europa woont Betí sinds afgelopen september weer in Porto Alegre.



2013-12-27 04:50:26

WIE IS WAAR IN BRAZILIË? (1)

Maandag 23 december op het vliegveld in Lissabon, Portugal:

"Where are you going?"

"To Brasil."

"Go to the right and then straight ahead."

Na bijna 27 jaar, 15 uren vliegen, 280 km met de auto en

2 dagen zonder internet ben ik weer terug in Não-Me-Toque.

Ik ben zo ontzettend blij dat ik de Braziliaanse bodem weer onder mijn voeten voel en daarboven de zon op mijn bol. Dat

is op dit moment bijna onbeschrijfelijk, ik kan het nauwelijks bevatten en zelfs niet eens laten zien. Er zijn zo veel mensen en verhalen dat ik mezelf weinig tijd gun om de camera uit de tas te halen. Maar die foto"s komen. (Morgen komt er weer een dag.) En bij deze zomerse temperatuur zou ik bijna vergeten dat het vandaag 25 december is ...

Vanaf hier wens ik iedereen een mooie Kerst ofwel

Feliz Natal

Um grande abraço,

Renate



2013-11-17 18:11:20

In de rubriek NEDERLAND-BRAZILIË vraagt Renate Stapelbroek

aan nakomelingen van Nederlandse emigranten uit Não-Me-Toque:

Wat doet (of deed) u in Brazilië en wat doet Brazilië met u?

Harrie Assinck (70)

Geboren : Diessen, Noord-Brabant, 1943

Ouders : Toon Assinck en Mina Stapelbroek

Plaats in gezin : achtste in gezin van negen kinderen

Geëmigreerd : 1949

Terug in Nederland : 1962

Burgerlijke status : getrouwd, 2 kinderen, 5 kleinkinderen

Beroep : gepensioneerd beveiligingsbeambte

Woonplaats : Aerdt, Gelderland

"Ik hou van Holland,

maar blijf verliefd op Brazilië."

1. Waar bent u naar school geweest?

"Mijn ouders zijn in 1939 met zes kinderen van Gelderland naar Brabant verhuisd. Ik ben in Diessen geboren en daar naar de kleuterschool geweest. Op mijn zesde verjaardag, 24 februari 1949, zijn we naar Brazilië geëmigreerd. Ik denk dat zelfs mijn moeder niet wist wat er precies ging gebeuren. Vader was 65 toen hij de boerderij verkocht en zei: "We gaan, punt".

Op de lagere school in Holambra moesten we op een gegeven moment van de zusters het getal 1950 opschrijven. Later werd dat 1951. Ik vond dat vreemd, maar had niet het benul dat het om een jaartal ging. In 1951 verhuisden we naar Não-Me-Toque en ging ik bij de paters naar school. In "54 en "55 zat ik op het seminarie in Taquari. De priesters kwamen bij ons thuis zo mooi vertellen dat wij ook priester konden worden. Ik zag het helemaal voor me, een bidprentje van de Heilige Harrie. Want wat weet jij nou van een beroep kiezen als je elf jaar bent? Maar ik heb het er goed gehad. We deden veel aan sport en aan toneel en muziek. Een keer per jaar was er een dag voor de ouders. Dan kwam mijn broer Antoon en verder was je alleen. Nou ja, Piet van Houts, mijn broer Willie, Wim van Spreeuwel en Jan van Vughts zaten daar ook, allemaal jongens uit Não-Me-Toque. Die van Van Vughts is inderdaad priester geworden. Maar ik had er op een gegeven moment geen zin meer in. Toen heb ik nog twee jaar onderwijs bij de paters in Não-Me-Toque gevolgd, tot ik vijftien was."

2. Waar hebt u vervolgens gewoond en gewerkt?

""Dan gao ie maor an "t wark", zei mijn vader toen ik genoeg van school had. Ik kon terecht in de smederij van ome Jan (Stapelbroek, STARA is de naam van het bedrijf), helpen landbouwmachines reviseren. Dat was geen bewuste keuze. Later heb ik thuis op de boerderij meegeholpen, tot mijn broer Jan de leiding van vader overnam. Daarna ben ik als combinemachinist met mijn broer Antoon mee geweest. Antoon zelf had geen grond. We reden met de combine op een wagen zo"n 300 kilometer van huis om tegen Argentinië aan te gaan oogsten. Met zo"n combine kon je zo vier maanden achter elkaar op verschillende plekken werken. Mais, sojabonen, tarwe en vooral vlas en waterrijst. Dat was in 1962, het jaar waarin Van Spreeuwel terug naar Nederland zou gaan. Mijn broer Willie zou meegaan, want die had verkering met Corrie, de oudste dochter bij Van Spreeuwel. Willie heeft toen een brief geschreven naar ome Jan in Gelderland en die schreef terug: "Wat jammer dat je geen boer wilt worden. Misschien heeft Harrie belangstelling?" Ome Jan had zelf geen kinderen en zocht een opvolger voor zijn boerderij. Ik was negentien en dacht: wie doet me wat. Mijn vader verkocht een rund en de bootreis was betaald.

In het begin dacht ik: wat lopen jullie hier in Europa toch achter. Dat kleinschalige, met een zakje kunstmest in een fietskarretje naar het land en dat daar met de hand uitstrooien, dat benauwde me wel. Mijn oom en ik begrepen elkaar ook niet. Met dat boeren is het niets geworden. Bij de derde oproep ben ik in militaire dienst gegaan. Intussen had ik mijn toekomstige vrouw leren kennen en ging het een stuk beter met me. Na diensttijd vond ik werk als tractorchauffeur en later als kraanmachinist. Daarna ben ik in dienst gekomen bij sigarettenfabrikant Turmac in Zevenaar. Daar heb ik nog even in de elektronica gewerkt, maar de meeste tijd, tot aan mijn pensioen, ben ik portier en beveiligingsbeambte geweest."

3. Met welke taal bent u thuis opgegroeid?

""Jullie mot Braziliaans praoten", zei mijn vader toen we eenmaal in Brasil woonden. Hij kon het zelf een beetje, al sprak hij meestal Nederlands, meer Achterhoeks. Toen ik in 1962 terugkwam in Nederland heb ik even een cursus Nederlandse taal voor beginners gevolgd, voor het schrijven. Het praten ging wel, want tegen mijn ouders was het altijd gewoon plat praoten. Later spraken wij kinderen thuis onder elkaar altijd Portugees. Mijn moeder kon ons best volgen, maar mijn vader riep dan vanuit zijn stoel: "Wat zae ie?" Hij wilde dat we boeken over de landbouw lazen. Die stonden bij ons in de kast, allemaal in kisten meegenomen vanuit Nederland. Mijn vader

zei altijd: "Er zijn drie dingen belangrijk in het leven:

taal, kapitaal en brutaal.""

4. Bent u Nederlander of Braziliaan?

"Ik heb altijd een Nederlands paspoort gehad. Maar ik mag dan al lang weg zijn uit Brazilië, Brazilië is niet weg uit mij."

5. Hoe vaak komt u in Brazilië?

"In het begin, toen ik er net weg was, verfoeide ik het land, het interesseerde me niets. Geleidelijk begon er iets te ontwaken. De eerste keer dat ik terugging, in 1990, dacht ik: ik lijk de paus wel. Ik heb de grond niet gekust, wel streek ik er met mijn hand overheen. Ik ben weer terug in Brazilië! Dat deed me zo"n deugd, hè. Het was ook de spanning, hoor. Mijn vrouw en ik waren al lang van plan om te gaan en als je dan bijna 28 jaar later in het vliegtuig zit ... Daarna wilde ik een tweede keer om oude koeien uit de sloot te halen, om het zo maar eens te noemen. Waar ben ik geweest, met wie, op welke scholen heb ik gezeten? Mijn zoon zei: "Pa, ik ga met je mee". Dat was in 2004. Het jaar erop ben ik weer samen met mijn vrouw geweest, voor de 40-jarige bruiloft van mijn zus Ida. Misschien komt er nog wel een vierde keer?"

6. Nederland-Brazilië bij het WK voetbal, zit u voor de tv?

"Ja en als het even kan, hangt hier thuis in Aerdt de Braziliaanse vlag uit, zeker met het WK voetbal. Ik krijg wel eens commentaar vanuit de buurt: "Ie altied met oe Brazilië". Zo is het nu eenmaal, ik hou van Holland, maar blijf verliefd op Brazilië."

Foto: De broers Jan, Harrie (midden) en Antoon Assinck in Brazilië, zonder jaar. (Collectie Harrie Assinck)



2012-12-30 12:02:03

Nao-Me-Toque. 30 Dec 1962

Beste Broer en Zus.

Het is al [een] hele tijd geleden

dat u wat van ons gehoord hebt. Op de eerste plaats wenschen wij allen alsnog een Zalig Kerstmis en een Zalig en Gelukkig Nieuwjaar toe. [...] En hoe gaat het nog met v. Spreeuwel [...]. Hij is toch al een paar maanden weer in Holland terug. [...] Hij had n.l. beloofd als hij drie weken in Diessen was, een brief zou schrijven naar ons, maar tot op heden is er nog niets gekomen. [...]

Dit schrijft Kees van Nieuwkuijk vanuit de migrantenkolonie Não-Me-Toque in Brazilië. In de brief uit hij ronduit zijn bedenkingen bij de retourmigratie van zijn dorpsgenoot Frans van Spreeuwel en diens gezin. Hij verwacht dat het hen in Holland nog meer zal tegenvallen dan in Não-Me-Toque. Drie jaar later komen Kees, zijn vrouw Rika en tientallen andere emigranten eveneens voorgoed terug naar Brabant.

*

Deze blog is voorlopig de laatste in een reeks van 111. Benieuwd hoe het verder gaat met Tante Rika / Terug in Brabant? Blijf de website bezoeken voor het laatste nieuws.

Bron en afbeelding: Brief van Kees van Nieuwkuijk aan broer Antoon.

(Losse archivalia Renate Stapelbroek)



2012-12-13 16:34:55

HET RIJKE ROOMSE LEVEN

Aan het begin van mijn biografisch onderzoek naar tante Rika (1909-2002) had ik het beeld voor ogen van een gelovige vrouw. Niet opvallend vroom, maar wel trouw aan zichzelf en aan de waarden die ze in haar jeugd had meegekregen. Iemand van wie de levensloop van de wieg tot het graf was bepaald door de leer van de rooms-katholieke kerk. Tenminste, dat dacht ik.

Afgaande op wat mijn oudtante mij ooit zelf vertelde, werd

ze vanaf haar twaalfde als dienstmeid verhuurd aan een boer. Dat betekent dat ze hooguit zes jaar onderwijs heeft gevolgd en wel op de "openbare school voor gewoon lager onderwijs in Voor-Beltrum, ongeveer 20 minuten lopen vanaf haar ouderlijk huis. In die tijd is de heer J.H. Boeckhorst hoofd. En hoewel deze iedere ochtend om 7 uur de mis bijwoont, wil hij niet

dat er op zijn school wordt gebeden. Het is tenslotte een openbare instelling.

Een jaar later, in 1922, komt de school onder toezicht van

het R.K. kerkbestuur van Groenlo. Dit is het gevolg van de

in 1917 aangenomen wet gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs. Vanaf die tijd kunnen katholieke en andere niet-openbare scholen rekenen op financiële steun

van de overheid.

Zo heel rijk is het roomse leven in Rika"s kinderjaren dus

nog niet, althans niet in de schoolbanken. Misschien krijgt

ze het bidden thuis met de paplepel ingegeven. En gaat ze net als het schoolhoofd iedere morgen naar de kerk? Ik kan het haar niet meer vragen. Maar ik kan wel in de literatuur en op internet zoeken, en wat ik dit najaar heb gedaan, een cursus volgen.

Met de emancipatie van de katholieken in Nederland groeit vanaf de jaren "20 het aantal eigen organisaties; scholen, jeugdverenigingen, vakbonden, politieke partijen, uitgevers, omroepen, liefdadigheidsinstellingen, enzovoorts, tot en met de oprichting van een Katholieke Centrale Emigratie Stichting in 1949. Daarmee drukt de rooms-katholieke kerk niet alleen binnenshuis, maar ook buiten de deur een duidelijke stempel

op het dagelijkse leven van gelovigen.

Wanneer Rika in 1965 vanuit Brazilië samen met haar man Kees en andere emigranten voorgoed naar Nederland terugkomt, is het Tweede Vaticaans Concilie bijna afgesloten. Daarmee komt ook een einde aan het Rijke Roomse Leven.

Overige bronnen:

Ben Lankveld e.a., Van ganzenveer tot toetsenbord. Verhalen over ongeveer 400 jaar onderwijs in Avest, Beltrum, Voor-Beltrum en Lintvelde (2006) 25-27.

Digitaal Katholiek Erfgoedhuis

Foto 1: Ze is van Wiegerinck, maar of het Rika is, rechts met tas?

Foto 2: Linksboven / rechtsonder, zijn het Anna (mijn oma) en Rika,

of Rika en Marie? Het origineel is een portret van een groep Beltrumse meisjes samen met een lerares (?) en twee kloosterzusters, zonder jaar. (Collectie Nico Eeken)



2012-11-22 20:02:59

VAN KOMEN EN GAAN

Zoeken op achternaam in het archief Historische Kranten van de Koninklijke Bibliotheek levert veel interessante berichten op. Allemaal online in te zien in de Nieuwe Tilburgsche Courant:

  • Berichten van geboorte, huwelijk en overlijden, maar ook over Jan Klein Gunnewiek die in 1942 met goed gevolg zijn examen aan de R.K. Landbouwwinterschool te Boxtel heeft afgelegd;
  • Nieuws over stamboekvee, maatregelen tegen wildschade en faillissementen;
  • Advertenties uit de periode 1939-1949 waarin de familie Stapelbroek in Diessen te koop aanbiedt of vraagt: een schoenmakersmachine, motoren, dieselbrandstofpompen, een luidspreker Philips meester zanger, een accordeon en nog veel meer, tot aan inmaakglazen toe.
  • Al zoekende op de namen Assinck en Stapelbroek (1939-1949)

    kom ik meer bekenden tegen, zowel uit Diessen als Gelderland. Ook tante Rika! Wat een vondst! Want in de rubriek Van komen en gaan staat wie vanwaar naar welk adres is verhuisd, met vermelding van het beroep. Daaruit blijkt dat de dienstboden Rika en Mina Wiegerinck in die tijd niet de enigen zijn die hun werkgever achterna verhuizen. De landbouwersknechten Huinink, Klein Gunnewiek, Scharenborg en Walterbos komen ook uit de Achterhoek. En zijn het misschien de metselaars Krabben en Holkenborg die voor Jan Stapelbroek de St Isidorus Hoeve

    in Diessen bouwen? Overigens verhuist Petrus Stapelbroek, de vader van Jan (en Toon - mijn opa), eveneens mee naar Brabant.

    Ik ga verder met zoeken. Wie nog meer zijn van Gelderland naar Brabant gekomen? En wie zijn vervolgens naar Brazilië gegaan? Nieuwe vondsten zijn welkom!

    Afbeeldingen:

    http://kranten.kb.nl

    Van komen en gaan, Nieuwe Tilburgsche Courant, 16 mei 1939.

    Van komen en gaan, Nieuwe Tilburgsche Courant, 15 februari 1939.

    Alles kan worden opgeslagen en uitgeprint, zie de disclaimer.



    2012-11-09 21:23:51

    Mococa 9 Nov 1952

    Beste Jo en Toon.

    Wij hebben uw brief ontvangen en willen u niet zoo lang op antwoord laten wachten, want nu gaat het er op Ribeirão spannend worden. Er zijn nu 35 boeren die het Brasiliaans

    stuk niet teekenen, ook niet meer onder dwang. [...] En als

    je dan zit net als van Spreeuwel en hebt geen cent in de kast, wat moet je dan? [...] Ik ben 14 dagen geleden nog op Ribeirão geweest met de vrouw [op de bruiloft van Wim Stapelbroek], maar heb nog nooit zoo bende gezien. [...] Wij hopen dat de vrije boeren deze keer slagen en dan bestaat er wel een kans dat wij weer naar Ribeirão terugkeren. [...]

    Van alle brieven die Kees van Nieuwkuijk vanuit Brazilië heeft verstuurd, zijn er ten minste 15 bewaard gebleven. De eerste dateert van 9 november 1952, telt vier beschreven vellen papier en is gericht aan zijn broer en schoonzus (of zus?)

    in Diessen. De crisis op fazenda Ribeirão (Holambra) is op dat moment nog niet ten einde. Vandaar dat Kees, waarschijnlijk in het begin van dat jaar, met zijn gezin naar fazenda Rosinha, 150 kilometer verder, in Mococa is verhuisd.

    Wie ook naar Mococo vertrekken, zijn onder meer de jonge boeren Leo Philipsen, Peter Rietjens en Piet Wolfs. Ze

    zijn pas getrouwd met respectievelijk Mina, Marie en Anna Stapelbroek. Voor Rika, sinds 1941 de vrouw van Kees, zijn

    de drie zussen geen onbekenden. Als inwonende dienstmeid bij Stapelbroek verhuist Rika in 1939 met het gezin mee van Gelderland naar Brabant. Tien jaren later zitten de families Stapelbroek en Van Nieuwkuijk samen op de emigrantenboot

    naar Brazilië.

    De enige van hen die uiteindelijk in Holambra blijft, is Wim, de oudste zoon van Stapelbroek. Toch maakt ook hij in 1963 plannen om terug te gaan naar Nederland. Vier maanden wonen Wim en zijn vrouw Martha met hun kinderen in Hilvarenbeek. Daarna reist het gezin weer retour naar Brazilië waar Wim,

    en anno 2012 dochter Lilian, zijn bedrijf onder de huidige naam Stabra (Stapelbroek Brazilië) voortzet.

    Bronnen:

    Brief van Kees van Nieuwkuijk (Collectie Renate Stapelbroek)

    Mieke Stapelbroek, dochter van Wim (2012). Zie ook: Ad Reijrink, Diessense emigranten in Brazilië: paradijs of nachtmerrie? In:

    Hers en geens dur Diessen, deel 15, 4-58. Diessen, 2007, p. 33.

    Over "de uittocht van de ongetekenden", zie Mari Smits, Holambra. Geschiedenis van een Nederlandse toekomstdroom in de Braziliaanse werkelijkheid 1948-1988. Nijmegen: KDC, 1990, p. 79-84.

    Foto: Brazilië, z.j., Rika van Nieuwkuijk-Wiegerinck (vierde van rechts) met de familie Stapelbroek en (in het midden) Piet Wolfs. (Collectie Renate Stapelbroek)



    2012-10-30 14:25:34

    BEWAREN OF VERBRANDEN

    (vervolg op weblog nr. 106)

    Brieven geschreven door Nederlandse migrantenvrouwen in Brazilië zijn schaars. Dat wil zeggen, in openbare archieven tref ik ze zelden aan. Van hun vaders of echtgenoten is wel correspondentie terug te vinden, onder meer in het KDC. Maar de meer persoonlijke post uit Brazilië ligt waarschijnlijk, als ze nog wordt bewaard, veelal bij mensen thuis.

    "Verbrand de brief maar als je hem gelezen hebt", schrijft

    Ton van Spreeuwel-Diepstraten vanuit Brasil aan haar zus Lies in Nederland. Het is bijna altijd dezelfde zin waarmee Ton eindigt. Meestal zijn het geen goede berichten. Lies doet wat haar zus vraagt, maar achteraf voelt ze spijt. "Ze had ons de brieven graag nog eens laten lezen", vertelt Corrie, oudste dochter van Ton.

    Deze week is het 50 jaar geleden dat Corrie en haar ouders, broers, zussen, haar verloofde Willie Assinck en diens broer Harrie, vanuit Não-Me-Toque naar Nederland verhuisden.

    Carlinho Wolfs (Não-Me-Toque, 1961) noemt de brieven en foto"s uit Brazilië tastbare herinneringen aan zijn ouders. Omdat hij beiden op jonge leeftijd heeft verloren, kent hij ze vrijwel alleen uit verhalen die hij over hen heeft gehoord. Volgens Carlinho helpen de brieven en foto"s hem een beeld te krijgen van hoe zijn ouders hebben geleefd en wat ze als emigranten hebben meegemaakt.

    Waarom hij nu juist deze afbeelding uitkoos voor de weblog?

    Carlinho: "Volgens mij is dit de enige foto waar mijn moeder en ik met z"n tweeën op staan."

    Bronnen:

    Corrie Assinck-van Spreeuwel en Carlinho Wolfs (2012).

    Foto: Carlinho met zijn moeder bij hun eerste huis in Moergestel,

    na aankomst in Nederland in 1965. (Collectie Carlinho Wolfs)



    2012-10-19 10:07:35

    Não-Me-Toque 19 Oct. "64

    Beste Fam.

    De brieven van tante Kee en Riet ontvangen, daarvoor mijn hartelijke dank. Ik heb wel eventjes gewacht met terug schrijven tot Jan Rietjens terug was, want dan weet ik tenminste een beetje meer van Holland. Hij is gisteren het pakje wezen brengen en vertelde hoe goed het er in Holland ging. Het stond hem ontzettend goed aan, alles even luxe en mooi. Ik denk wel dat hij teruggaat als hij alles goed kan verkopen. [...] Hoe gaat het met Frans van Esch? Is hij al

    een beetje ingeburgerd? [...]

    Als ik kan, kom ik in het voorjaar naar Holland, want als ik hier blijf, komt er van de kinderen niet veel terecht, want laten leren kost veel en een vrouw kan hier niet veel verdienen. [...] Ik kom niet voor ik weer werken kan, want

    ik wil jullie niet tot last zijn. [...] Mijn broer waar ik

    in huis ben, wil ook wel weg als hij alles kan verkopen.

    Dit is een fragment uit de brief van Anna Wolfs-Stapelbroek gericht aan haar schoonfamilie in Moergestel. Het is waarschijnlijk de laatste brief die de jonge weduwe Anna, geboren in 1929 en dochter van Nederlandse emigranten, vanuit Brazilië heeft geschreven. In haar woonplaats Não-Me-Toque is het op dat moment onrustig. Minstens vijf Nederlandse families zijn in dat jaar al gerepatrieerd. Omdat ze ziek is, gaat Anna korte tijd later eveneens voorgoed terug naar Nederland, samen met haar zes kinderen.

    Wordt vervolgd.

    Bronnen:

    Brief (Collectie Carlinho Wolfs)

    Foto: Anna Wolfs-Stapelbroek (links) met haar kinderen bij vertrek vanuit de Braziliaanse havenstad Santos, februari 1965. Rechts staan Toon en Mina Assinck-Stapelbroek die tegelijkertijd remigreerden, evenals José Frenken, de hulp van Anna. (Collectie Harrie Assinck)

    Zie ook Renate Stapelbroek, Retour Brabant-Brazilië. De terugkeer van naoorlogse emigranten (1960-1970), in: In Brabant. Tijdschrift voor Brabants Heem en erfgoed, 3, 1 (2012) 22-37.



    2012-10-12 17:14:45

    ARM & RIJK

    In deze Maand van de Geschiedenis is arm & rijk het thema.

    Dat armoede en rijkdom dicht bij elkaar kunnen liggen,

    blijkt al gauw als je naar verhalen van emigranten luistert. De meeste mensen emigreren in de hoop elders een beter bestaan op te bouwen, maar wat als het anders loopt dan verwacht?

    In 1949 investeert Toon Assinck - en met hem vele andere vermogende boeren in Nederland - tienduizenden guldens in

    de overzeese landbouwcoöperatie Holambra in Brazilië. Na twee moeilijke jaren zijn de pioniers totaal berooid. Zonder uitzicht op een toekomst voor hun kinderen besluiten enkele gezinshoofden, onder wie Toon Assinck en Thomas Sanders, te vertrekken naar de zuidelijk gelegen migrantennederzetting Não-Me-Toque. Nadien volgen tientallen families dezelfde weg. Vanaf de jaren zestig komt echter een aantal kinderen van

    deze landverhuizers, met of zonder hun ouders, weer in Nederland wonen.

    Terug in zijn geboorteland in 1962 ziet de jonge boerenzoon Harrie Assinck voor het eerst van zijn leven een diepvries. Hij herinnert zich dat zijn tante Doortje daarover heeft geschreven in een brief. Harrie (1943): "Ik weet nog dat ik toen dacht: "Wat is nou een diepvries?" Wij hadden in Brazilië niet eens een koelkast. Al het vlees van de varkens die we slachtten werd bij ons nog ingezouten. Elektriciteit was er niet, lezen deden we bij een petroleumlamp en water haalden

    we uit de put. Als je dan bedenkt dat verschil met toen we in 1949 uit Brabant vertrokken, toen hadden we al telefoon in huis."

    Bronnen:

    Harrie Assinck, Aerdt. Zie ook Mari Smits, Holambra. Geschiedenis van een Nederlandse toekomstdroom in de Braziliaanse werkelijkheid 1948-1988 (1990) 53-56.

    Foto: Het voormalige, niet meer bewoonde "Casa O Futuro" ("Huize De Toekomst") van de familie Assinck in Não-Me-Toque, omstreeks 1966. Inmiddels was er wel electriciteit en woonde Jan - een broer van Harrie - met zijn gezin in een nieuw huis ernaast. (Collectie Harrie Assinck)



    2012-10-07 21:01:19

    VOLGENDE MAAND NAAR BRASIL

    Als Tonnie Sanders uit Reusel voor de eerste keer naar Brazilië emigreert, is ze drie jaar oud. Het gezin Sanders maakt in 1948 deel uit van de eerste groep bewoners van de landbouwkolonie Holambra. In 1952 verhuist de familie naar Não-Me-Toque. Sinds 1967 woont Tonnie afwisselend in Nederland en Brazilië. Vanuit Passo Fundo (RS) verhuist ze naar achtereenvolgens Veldhoven, Reusel, Paracatu en uiteindelijk weer terug naar Reusel. De kinderen en kleinkinderen wonen inmiddels verspreid over België, Brazilië en Nederland. Volgende maand emigreert de 67-jarige opnieuw naar Brazilië. Haar contract bij Formit in Valkenswaard is net afgelopen:

    "Als ik ophoud met werken, red ik het in Nederland niet. Voor ieder jaar dat ik hier niet heb gewoond, wordt er 2% van mijn AOW ingehouden."

    Tonnie is nu de verhuisdozen aan het inpakken die ze straks

    in Paracatu weer zal openmaken.

    Wordt vervolgd?

    Foto: Voordat Tonnie in 1967 samen met haar oudste zus Ria naar Nederland komt, volgt ze intern een verpleegstersopleiding bij de zusters in Passo Fundo. De stad ligt ongeveer 66 kilometer van haar ouderlijk huis in Não-Me-Toque. Op de foto staat Tonnie vooraan,

    vierde van rechts. (Collectie Tonnie Sanders)



    2012-09-28 12:02:09

    ECHTE EMIGRANTENVROUWEN

    Van het gezin Sanders zijn de ouders en de vijf zonen altijd in Brazilië blijven wonen, evenals dochter Lies. Weliswaar vinden de overige vijf dochters Ria, Tonnie, Gerrie, Trees

    en Nellie in Nederland een echtgenoot, maar dat is voor twee van hen nog geen reden om hier voorgoed te blijven.

    In 1977 emigreren Tonnie en Gerrie met hun gezinnen naar Brazilië, deze keer naar de deelstaat Minas Gerais. Hun

    beide mannen voelen er wel voor om daarginds te gaan boeren. En omdat Gerrie en Tonnie de Portugese taal spreken, voeren zij de gesprekken met banken en ze regelen alle andere zaken.

    Intussen zijn de ondernemende zussen alweer een aantal jaren terug in Brabant. Maar voor Tonnie duurt dat niet lang meer.

    *

    "Hoe noem je ons nou?" Vroeg Tonnie zich onlangs af. Ze had het er met haar familie over, maar kwam er niet uit. Aan de telefoon vertelde ze over anderen, "echte emigrantenvrouwen". Dat leek me een prima titel voor dit stukje.

    Wordt vervolgd.

    Foto: Op de boerderij in Não-Me-Toque, vlak voor het vertrek van Ria

    en Tonnie naar Nederland in juni 1967. Van links naar rechts: Nellie, Gerrie, Tonnie en moeder Sanders, met hond. (Collectie Tonnie Sanders)



    2012-09-22 20:08:47

    ENKELE REIS HOLLAND

    Net als destijds de meeste ouders in de migrantennederzetting Não-Me-Toque, probeert ook Thomas Sanders te voorkomen dat zijn opgroeiende dochters met een Braziliaan thuiskomen. (Tegen Braziliaanse schoondochters maken de Nederlandse immigranten minder bezwaar.) In 1967 boekt vader Sanders voor de twee oudsten Ria en Tonnie een enkele bootreis Holland en regelt onderdak bij een paar tantes in Brabant.

    Tonnie (1945): "Ik wilde helemaal niet naar Nederland! Het heeft heel lang geduurd, voordat ik ja heb gezegd. Toen ons vader zei dat er een andere zus in mijn plaats zou gaan en dat ik die kans nooit meer zou krijgen, ja, toen moest ik kiezen."

    Wordt vervolgd.

    Foto: Ria en Tonnie Sanders bij hun vertrek vanuit de haven in

    Rio de Janeiro, 13 juni 1967. (Collectie Tonnie Sanders)



    2012-09-20 15:59:05

    TANTE RIKA IS TERUG IN BRABANT

    Tante Rika heeft de afgelopen maanden niet stilgezeten

    en vond onder meer een nieuw adres: www.teruginbrabant.nl

    Maar omdat de middelen voor een nieuwe inrichting ontbreken,

    blijft ze voorlopig op de thuispagina www.tanterika.nl

    De volgende weblog, over de zussen Sanders, komt eraan!



    2012-06-30 11:15:48

    Não-Me-Toque 30 juni 1965.

    Beste broer en zus.

    Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen. Dat we vermoedelijk 28 Aug of 29 in Nederland aan komen. U hoeft er helemaal geen drukte voor te maken, U blijft maar rustig thuis. Wij komen wel eens kijken, maar welke dag dat weet ik nog niet. We komen met de boot in Frankrijk aan op 27 Aug en gaan dan met bus naar Eindhoven toe (als we tenminste meekomen). Dan gaan we door naar Knegsel, want daar moet ik me eerst melden.

    En dan komen we wel eens kijken naar Enschot ook, maar wanneer dat zal u wel zien zo gauw we daar zijn.

    Zegt er voorlopig maar niks van tegen Janus of Jo, want anders gaan zij maar drukte maken, en daar kan ik niet meer tegen en het kan goed zijn dat we niet mee komen. Er is niets zo veranderlijk als een mens.

    Ontvang hierbij vele hartelijke groeten van ons beiden en als we komen dat ziet u dat wel, misschien de dia ou de noite.

    Schrijf voorlopig maar niet meer, want de post is hier heel langzaam.

    C. v. Nieuwkuijk.

    P.S. (van Renate Stapelbroek) Dit is voorlopig de laatste weblog. Na de zomer hoop ik terug te komen om te vertellen

    hoe het verder gaat met Tante Rika / Terug in Brabant.

    Bron en afbeelding: Brief van Kees van Nieuwkuijk aan broer Antoon.

    (Losse archivalia Renate Stapelbroek)



    2012-06-22 16:07:02

    DE GROTE TREK*

    Wanneer je in 1923 als halfwees van bijna veertien het ouderlijk huis verlaat om op een naburige boerderij

    inwonende dienstmeid te worden, en vervolgens een paar keer van betrekking verandert, spreekt het dan vanzelf om in 1939 samen met de boer en zijn gezin van Gelderland mee naar Brabant te verhuizen?

    Hoe groot is dan de volgende stap in 1949, om als getrouwde vrouw met echtgenoot en kind en met dezelfde boer en zijn gezin plus aanverwante families naar Brazilië te emigreren?

    Is het (opnieuw) volgzaamheid wanneer Rika in 1965 in gezelschap van haar man en andere migranten, maar zonder dochter, naar Nederland terugkeert?

    Overigens is Rika niet de enige van het inwonende personeel dat destijds vanuit Gelderland met het gezin Stapelbroek naar Diessen meeverhuist. Haar zus Mina gaat mee als dienstmeid

    van het aanverwante gezin Assinck en verder zijn er enkele boerenknechten onder welke Jan Klein Gunnewiek (zie foto).

    Je kunt veronderstellen dat wie eenmaal (op jonge leeftijd)

    de geboortegrond heeft verlaten, eerder bereid is opnieuw

    te verhuizen of zelfs te emigreren. Dat na de oorlog vanuit Diessen en omgeving, in vergelijking met andere regio"s in Brabant, veel emigranten vertrekken, zou daarom te maken kunnen hebben met de aanwezigheid van allochtone boeren in deze ontginningsgebieden. Henk van Stekelenburg schrijft daarover het volgende:

    "Vanuit de Kempen vertrokken bijvoorbeeld nogal wat van oorsprong Geldersen naar de kolonie Holambra in Brazilië.

    Uit Diessen gingen van 1948 tot en met 1950 maar liefst

    57 emigranten naar die katholieke kolonie. Uit Hilvarenbeek 10, uit Oostel-, Westel- en Middelbeers 26, uit Reusel 14

    en uit Vessem 16. Tot de pioniers van 1948 behoorde de jonge vrijgezel H.J. Klein Gunnewiek, die in 1991 een boek over

    zijn ervaringen publiceerde. Hij kwam uit Hilvarenbeek,

    maar noemt zichzelf in zijn boek "een rasechte Achterhoeker uit Beltrum, gemeente Eibergen". Namen als Assinck (1949,

    11 personen, uit Diessen) en Eltink (1949, 10 personen, Middelbeers) wijzen in diezelfde richting."

    Bronnen:

    * Henk van Stekelenburg, De Grote Trek. Emigratie vanuit Noord-Brabant naar Noord-Amerika 1947-1963 (Tilburg 2000) 110-111.

    Foto: "Gunnewiek aan het ploegen met aardappelland,

    en op den achtergrond het huis van ons en van Stapelbroek",

    Diessen, jaar onbekend. (Collectie Harrie Assinck)



    2012-06-13 19:31:50

    TUSSENSTAND

    Nog twee weken en dan is tanterika.nl twee jaar in de lucht. Wat begon met nieuwsgierigheid naar de levensloop van een ver familielid, mondde uit in het project Tante Rika / Terug in Brabant, een onderzoek naar retourmigranten uit Brazilië.

    Het einde is nog niet in zicht, maar het doel heb ik duidelijk voor ogen: Laten horen en zien welke impact het verleden heeft op het leven van retourmigranten en hun nakomelingen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een tijdschriftartikel, boek, film en in een website.

    Voor mij is tanterika.nl, behalve een medium waarin ik verslag doe van het onderzoek, ook een etalage om publiek te trekken. Of ik in dat laatste slaag? Getallen zeggen niet alles, maar toch wel iets. Daarom een beknopte tussenstand in cijfers:

    - Over twee weken hoop ik de 100ste blog te plaatsen.

    - Tot nu toe trok tanterika.nl meer dan 15.500 bezoekers.

    - Het tweede jaar zijn dat er bijna 2x zoveel, ruim 10.000.

    - De maand mei leverde een record op van 1.110 bezoekers.

    Is dat veel? Weinig? Hoe groot is de groep vaste bezoekers? Wie zijn zij? Waarom komen ze naar de website? Via de mail, over de telefoon en in persoon heb ik in de afgelopen twee jaar met ongeveer 100 mensen kennisgemaakt. Verder krijg ik

    de laatste tijd vaker reacties op de blogs toegestuurd, ook van onbekenden. Daar ben ik niet alleen blij mee, maar vooral ook erg mee geholpen! Zo leer ik de mensen achter de cijfers kennen en tegelijkertijd zijn hun aanvullingen, anekdotes, opmerkingen en vragen van grote waarde voor het onderzoek.

    Reacties blijven daarom welkom!

    Bron: Cijfers en afbeelding zijn verkregen via Mihosnet



    2012-06-06 10:27:38

    VOETBALPLAATJE

    Met de EK voor de deur staat dit Nederlandse elftal hier op zijn plaats. De volgende WK is over twee jaar in voetballand Brazilië. Daarom, dit plaatje mag niet ontbreken in de vitrine van tanterika.nl.

    Of de foto in het Braziliaanse Holambra of Não-Me-Toque is genomen en wanneer, weet ik niet. Behalve van de voetballer staande in het midden - Sjang Rietjens - zijn de namen van de andere spelers mij onbekend. Maar aangezien het portret uit de collectie van Fotostichting Diessen komt, zullen er vast en zeker Diessense emigrantenjongens in de groep zitten.

    Reacties zijn welkom!

    "Renate, De foto van het elftal in Nao-me-Toque staat in het Boekje Hers en Geens dur Diessen met de namen erbij. Piet Wolfs staat er ook bij en die is rond 1965 verongelukt .

    De shirtjes zijn van de Nederlande paters van het college. Groeten, Bert Smits, Oirschot ."

    (e-mail 6 juni 2012)

    Die foto heb ik dus helemaal over het hoofd gezien. Hier komen de namen alsnog.

    Boven v.l.n.r.: Janus van Riel, Antoon van Aken, Cor van Schaijk, Sjang Rietjens,

    Bert van Riel, Piet Wolfs en Kees van Riel. Onder v.l.n.r.: Rick Janssen, Jan van Riel,

    Jan Rietjens en Willy van Lieshout.

    Bron:

    Ad Reijrink, Diessense emigranten in Brazilië: paradijs of nachtmerrie? In: Hers en geens dur Diessen, deel 15 (Diessen 2007) 49.




    (c) 2010 - Nibble media solutions bv - wj